Wekelijks delen vier bekende Deventenaren met rood gele roots, hun visie op Go Ahead Eagles en meer. Robert Heukels, Gerard Somer, Erdal Ascipinar en Marco Timmer wisselen elkaar wekelijks af met een eigen column over hun cluppie. Ditmaal is het de beurt aan Robert Heukels.

Ode aan de vrouwen van roodgeel

De geur van oud zweet vermengt zich er altijd met de geur van waspoeder. Aan de muur hangen foto’s, van Mike Small en andere oude helden. Ik kwam er graag, in de periode waarin ik zowel teammanager als perschef was. Spelers met de ziel onder hun arm kwamen er ook graag. Even rust in de gekte van alledag. Even stilletjes genieten van de tricots van de helden, bij Go Ahead nooit zomaar geruild of weggegeven, maar eindeloos gewassen tot de kleuren vaal werden en de stoffen versleten. Al die natte sokken, de broeken met modder, klamme hesjes, stinkende schoenen en geteisterde keepershandschoenen. Te midden van al dat geluk: Carla.

Carla is één van ‘hen’. Carla is de beheerder van het mooiste hok van Deventer: het washok van Go Ahead. Ze is nog zoveel meer. Half psycholoog, half supporter, haar bloed heeft roodgele banen. ‘Hen’ zijn de vrouwen van Kowet. Naast Carla heb je in de catacomben van de Adelaarshorst en de nabije schaduwen Miranda, Selma, Monique, Adrie, Lisa, Karlijn, Hennie, Trees, Roos, Josje, Thea, Linda en –de enige die je eerder hoort dan ziet- Jannie. Niet zo lang geleden hadden we ook nog dokter Suzanne.

Voetbal is in Deventer schitterend in al zijn rauwe vormen. Kijk naar het tv-programma Café 1902-TV en je weet genoeg. Het wordt gemaakt door mannen met lange baarden en fikse tattoes, de pils op het viltje, de armen gekruist. De presentatie is in handen van mannen, de gasten zijn voor 99 procent mannen en als er binnen de club iets besloten wordt van gewicht –het aankondigen van een speler, een bezuiniging, een ontslag- zien we altijd mannen die met gevoel voor drama oreren vanuit euforie of diepe teleurstelling. De setting van Café 1902, vrij briljant met dat gebreide tafelkleed uit 1902, ademt ook uit: wij zijn mannen, we lullen maar door over onze club en wentelen ons in stoere nostalgie. Ik vind het heerlijke televisie.

Maar!

Als het licht even wat anders wordt opgehangen, doemen ze op vanuit de schaduwen in de Vetkampstraat. De vrouwen. De stille krachten, de doeners, de pilaren onder het mannenbolwerk. Neem Miranda, die er altijd is, waar ook. Ik moest aan haar denken, hoe zou het met haar gaan in coronatijd? In tien jaar tijd miste ze geen één wedstrijd van haar kluppie, ze was er altijd bij, werkte voor tien, hielp de Kids het veld op voor aanvang, sjouwde, bikkelde, regelde, oog en oor voor iedereen. Ik belde haar op en –zoals altijd- klonk haar stem monter en was ze optimistisch. “Als we maar gezond zijn toch?” Na enig doorvragen: “Eigenlijk werk je nergens meer naartoe. De uitduels zie ik op televisie, de kinderen mogen het veld niet meer op, de Fanstore is nog maar een middag per week open. Maar ach. We kunnen niet meer dan hopen op betere tijden, toch?”

Ik denk aan Jannie die nu heel Hellendoorn door zal rennen met haar vlag, want langs de B-Side heeft haar razen even geen zin. Ik denk aan Monique die mopperend altijd uiterst secuur al die tickets aan het tellen was en op de één of andere manier toch weer iedereen keurig op zijn plekkie had gekregen: wat doet zij nu? En ik denk aan Carla die door corona zich ongetwijfeld moet houden aan tientallen ingewikkelde regels, honderden liters aan ontsmettingsmiddelen al moet hebben gebruikt, al dat ineens gevaarlijke zweet van die mannen van die hesjes moet hebben gespoeld. Mijn hemel.

De vrouwen, zo zegt Miranda, ze bikkelen gewoon door. Sommigen hebben het nog drukker dan normaal, de meesten zijn juist ontheemd en zonder doel, want op de wedstrijddag even geen functie. Enige geluk bij een ongeluk is dat ze –net als wij mannen- dit seizoen geen minuut van onze helden hoeven missen, omdat FOX echt alles uitzendt, zelfs groeiend gras. Miranda zegt: “Daar ben ik echt heel blij om.”

Ik zie haar zitten, zo voor die buis. En denk aan die vele, vele vrouwen die in Deventer en omgeving in stilte die ene club beminnen. Ik denk aan mijn oma, die in de jaren zeventig een paarswitte sjaal voor me breide en toen die versleten was een roodgele. Ze woonde op Tuindorp en vanuit haar huis zag je de lichtmasten langzaam aangaan, vanaf zaterdagavond, een uur of zes. Ze ging dan urenlang duimen, luisterend of er al gejuicht werd, want ze hoorde elke goal. Ik denk aan Tante Jo, moeder van oud-bestuurslid Harry Elbers, die op de Rielerweg woonde, die precies hetzelfde deed. Ik denk aan tante Willy, die nerveus rokend voor de radio zat, Langs de Lijn, of anders de Ziekenomroep, waar Wim Goes de Eagles naar de overwinning babbelde. Ik denk aan mijn moeder, inmiddels ook al weer 82, die Go Ahead in alles ademt en beleeft. Toen ik haar nog een keer meenam naar een wedstrijd (we wonnen met 3-0 van Roda JC dankzij Paco van Moorsel), wilde ze Paul Bosvelt nog wel even zeggen dat zijn haar tegenwoordig beter zit. Dat zijn belangrijke momenten.

Al die vrouwen, want ik kan ook de vrouwen noemen van Adrie Steenbergen, Jan van Ark, Hans de Vroome, moeder Knippenberg, ga zo maar door, ze zijn er altijd. Nu zitten ze met een ongedurige man thuis en zonder hun heerlijke uitje. Laten we ze via deze column eventjes eren en met ze meeleven. En laten we hopen dat het binnenkort weer gewoon kan. Dat Miranda als eerste het veld oploopt met die kids achter zich aan, dat Carla even alle ballen en spullen op een rij legt, dat Jannie met die vlag onder oorverdovend gejuich haar sprintjes trekt en dat al die andere roodgele vrouwen stil en bijna onzichtbaar alles smooth laten verlopen en glimlachend genieten van de familie die roodgeel is.