Wekelijks delen bekenden met roodgele roots hun visie op Go Ahead Eagles en alles eromheen. Deze week wederom de oud-voorzitter van Go Ahead Eagles aan het woord: Edwin Lugt.
EEN ODE AAN CARLA, HET BESCHEIDEN CLUBICOON VAN GO AHEAD EAGLES
Voor iedere voetbalclub bestaan ze: de clubiconen. Namen die generaties overstijgen.
Meestal zijn het oud-voetballers die jarenlang het shirt verdedigden, soms bestuurders of trainers die een stempel drukten op de geschiedenis van een club.
Bij Go Ahead Eagles denken veel supporters bij de term ‘clubicoon’ terecht direct aan de inmiddels 75-jarige John Oude Wesselink. Zeventien jaar onafgebroken actief in de Eredivisie voor dezelfde club, 452 officiële wedstrijden in het roodgeel.
Loyaler dan dat wordt het nauwelijks.
Heel soms bevinden clubiconen zich echter niet op het veld. Niet in de bestuurskamer. Niet voor de camera’s. Soms lopen ze juist rond in de catacomben van het stadion, ergens tussen de wasmachines, de spelersbus en de kleedkamers. Mensen die zelden applaus krijgen, maar zonder wie een club zijn ziel verliest.
Mensen zoals Carla.
Zevenentwintig jaar, ofwel meer dan twintig procent van het volledige, 124-jarige bestaan van de club, draaide zij haar diensten als materiaalvrouw.
Terwijl spelers kwamen en gingen, trainers passeerden en voorzitters elkaar opvolgden, bleef zij. Seizoen na seizoen. Naar schatting draaide ze in al die jaren in totaal alleen al meer dan 24.000 wasbeurten….
Toen Carla begon, speelde Go Ahead Eagles nog in de vorige eeuw. Niet lang daarna belandde de club in financieel zwaar weer en balanceerde Kowet zelfs op de rand van faillissement. Gelukkig ligt die tijd ver achter ons en is de club al meer dan 15 jaar financieel kerngezond.
Ook op sportief gebied maakte ze van alles mee: drie promoties, twee degradaties, acht seizoenen Eredivisie, negentien seizoenen Eerste Divisie, de winst van de KNVB-beker en drie deelnames aan Europees voetbal.
Supporters kennen vaak de doelpuntenmakers, de aanvoerders, de jongens die op posters staan. Maar achter iedere selectie bevindt zich een onzichtbaar netwerk van mensen dat een club draaiende houdt.
Mensen die geen contractonderhandelingen voeren of interviews geven, maar simpelweg iedere week, of, in het geval van Carla, iedere dag weer klaarstaan omdat de club onderdeel van hun leven is geworden.
Ik kan me herinneren dat zij bij uitwedstrijden vaak al uren vóór de spelersbus vertrok. Ook dan moest alle kleding immers perfect gewassen, gesorteerd en klaargelegd zijn.
Carla beschouwde dit echter niet als haar werk, het was immers ook haar hobby en de liefde voor de club zat en zit diep.
In die zevenentwintig jaar maakte Carla twintig verschillende trainers mee. Daarnaast zag ze een slordige driehonderdvijfentwintig contractspelers voorbijkomen.
Van jongens die later culthelden werden, tot spelers die doorgroeiden naar de top.
Ze waste de kleding van voetballers als Jan Kromkamp, Marnix Kolder, Joey Suk, Bart Vriends, Sam Beukema, Denis Türüç en Bas Kuipers. En natuurlijk van Carla’s absolute favoriet: Mike Small.
Namen die supporters zich herinneren vanwege wedstrijden, goals of promoties. Maar voor Carla waren het vooral jongens van “de club”.
En misschien is dat juist het bijzondere aan echte clubmensen: ze vinden zelf zelden dat ze iets bijzonders doen.
Want echte clubiconen praten niet over hun eigen betekenis. Ze vinden hun loyaliteit normaal.
Hoe mooi is het dat haar laatste seizoen samenviel met de meest succesvolle periode uit de moderne clubgeschiedenis. De winst van de KNVB-beker. Europese avonden. Acht wedstrijden in de Europa League, waarvan vier in De Adelaarshorst, ‘haar’ Adelaarshorst.
Het schitterende spandoek dat het Sfeerteam ADHD voorafgaand aan de thuiswedstrijd tegen AZ voor Carla onthulde, vormde een prachtig, verdiend en evenzeer uniek eerbetoon.
Niet voor een topscorer, niet voor een trainer, maar voor iemand die zevenentwintig jaar lang op de achtergrond meebouwde aan de club.
Misschien typeert dat Go Ahead Eagles wel het meest: dat ook de mensen achter de schermen worden gezien en gewaardeerd.
Sommige mensen verdienen een afscheid met bloemen of een schaal. Anderen verdienen vooral erkenning voor iets wat niet in statistieken te vatten is.
Want spelers schrijven geschiedenis op het veld.
Maar mensen zoals Carla bewaken de ziel van een club.




















