Wekelijks delen vier bekende Deventenaren, met rood gele roots, hun visie op Go Ahead Eagles en meer. Robert Heukels, Gerard Somer, Erdal Ascipinar en Roy Beumer wisselen elkaar wekelijks af met een eigen column over hun cluppie. Ditmaal is het de beurt aan Robert Heukels.

Heldendom

In Manchester, waar het nooit stopt met regenen en drilboren alom het ritme van de stad bepalen, is het binnentreden van de wereld van Manchester City hallucinerend. Liefst zeventien velden cirkelen rondom het stadion, alles oogt futuristisch en iedereen gaat in het lichtblauw. Het is één grote academy voor het moderne voetbal, maar ook als het met pijpenstelen hoost, kleuren de hesjes van de sterren donkerbruin van de modder. De zoektocht naar het moderne voetbal gaat gelukkig nog altijd gepaard met de geur van zweet en druipende lokken bij de sterspelers.

Het contrast tussen de stad en deze plek is fascinerend. De weg naar City is bezaaid met junks en vervallen huizen kleuren de weg grauw, je wilt er niet graag zijn, maar zodra het koninkrijk van Pep zich openbaart, komt de glimlach terug. Bij City zijn de mensen warm, ze koesteren hun helden en die helden zijn weer dankbaar en gul richting al het personeel. One big happy family.

Toch loop ik liever van station naar stadion in mijn hometown, Deventer. Daar waar de tantes en ooms woonden, in de jaren zeventig, daar waar het altijd ruikt naar patat en Chinees, waar het bier rijkelijk vloeit en de straten zich roodgeel kleuren. De oude muziekschool op de hoek van de Brinkgreverweg en Veenweg, en de lichtmasten knipogen al. Rook alom.

In de Adelaarshorst hoort heldendom. Cees van Kooten, John Oude Wesselink, later Mike Small, weer later Hulshoff-Bosvelt-Heering en recent nog Promessie en Crowley. Alles is rauw, als in mijn jeugd op de Zandweerd, alles is op de golven van hoop, emotie en ordinaire arbeid, niets mooiers dan dat. Go Ahead is een vleugje Engels, vooral Deventers.

In dat stadion moeten altijd weer nieuwe helden worden geboren. Ik mis dat de laatste tijd. De club koestert haar imago, maar ik wil voetbalverliefd worden op spelers. Wie zijn die jongens, wat beweegt ze, waar dromen ze van, waarom zijn ze bij ons en waarom zijn ze van ons? Waarom lezen we alleen iets van hen na wedstrijden of als ze net zijn aangekocht? Dan zeggen ze keurig of juist in emotie iets over de waan van de dag, ze spiegelen voor dat ze alles voor de club zullen geven en een jaar later gaan ze weer.

Onderschat wordt dat spelers zonen van de club zijn. Soms kort, soms wat langer, maar zo is het wel. Bij Manchester City liep ik Aguero tegen het lijf en meteen viel op: hij is lid van de familie. Een knuffel hier, een hand daar, een beleefde groet, iedereen blij, want daar liep hij, hun Aguero. Ze weten alles van hem. Een open boek. Het is zijn verhaal, het is hun verhaal, allemaal: City.

Bij Go Ahead zie ik nu enkele jongens doorkomen en ik wil weten: wie zijn dat? Wie is de echte Sam, de echte Zakaria, de echte Mael? Waarom moeten we ze koesteren, waarom zijn ze voor nu onze zonen? Ik wil met ze meejuichen, meelijden, meeleven. Hoe leuk was dat vroeger, als je Cees, Tommy of Knakkie in de stad zag lopen, als je bij JOW schoenen kocht, als je op de Brink de zonen zag schuiven?

De club doet veel goed en ik denk dat we met Alex Kroes absoluut een hoofdpersoon in het midden hebben die keihard werkt aan een visie en een lijn die omhoog zal gaan. Maar de club moet laten zien wie hun zonen zijn. Ik heb een Go Ahead Eagles-app, ik kom regelmatig op de site en ik weet zeker dat daar een podium ligt. Gratis tip van deze oude man: laat je spelers daar echt zien, dus geen pr-geneuzel, nee, reallife. Je zult zien: hoe meer Go Ahead one family wordt, hoe makkelijker de weg naar boven wordt gevonden. Want als we het bloed, zweet en de tranen van onze zonen proeven, willen we nog maar één ding: ze helpen.