Wekelijks delen vier bekende Deventenaren met rood gele roots, hun visie op Go Ahead Eagles en meer. Robert Heukels, Gerard Somer, Erdal Ascipinar en Roy Beumer wisselen elkaar wekelijks af met een eigen column over hun cluppie. Ditmaal is het de beurt aan Robert Heukels.

Eddy, onze man uit Tjalleberd: mijn ideale Kowet prentje

Heerlijke club hebben we. Go Ahead hoeft helemaal niet te voetballen, het leeft toch wel, de supporters halen een bak geld op waar je een diepe buiging voor moet maken, de pr-afdeling maakt het ene toffe filmpje na het andere en ondertussen kneedt Kees van Wonderen met zijn staf aan een jong, leuk, nieuw team. Geef het tijd, geef het vertrouwen, ik heb er een zeer goed gevoel over.

En dan komen ze ook nog eens met Kowet prentjes. Schitterende cult. Volg het op instagram, bestel de shirtjes (er gaat ook weer geld naar de club) en bewonder. Ik was vorige week jarig en hoopte natuurlijk op een cadeau uit Deventer, een shirt met de beeltenis van Alfred Knippenberg & Clarence Seedorf, maar zo snel gaan de dingen in de Koekstad ook weer niet, dat shirt staat nu op het verlanglijstje voor de decembermaand.

Kowet prentjes? Wat dat is? Dat zijn illustraties van spelers van Go Ahead Eagles, uit heden en verleden. Het is in de traditie van Kamp Seedorf en Barry Pirivano en ik ben dol op deze kunstvorm. De illustratoren tekenen niet een gezicht getrouw na, maar door profielen, poses, houdingen, kapsels, bewegingen, duels, zie je toch meteen: hey, daar heb je Bosvelt, dit moet Obiekulu zijn en dat is Jay Idzes. Dat laatste werkt wonderlijk, want ik heb Idzes nog nooit zien spelen, maar toch heeft hij nu al een gezicht, zonder dat de mensen van Kowet prentjes zijn gezicht in hebben gekleurd.

Het allermooiste prentje vind ik dus die van Alfred Knippenberg die gearmd een duel uitvecht met Clarence Seedorf. Twee grote talenten van weleer met imposante dijbenen, een fors ontwikkeld bovenlijf en een focus op de bal. Go Ahead Eagles-Ajax, midden jaren negentig. Als je de tekening ziet, hoor je het geluid van de Adelaarshorst, herinner je de details, voel je zelfs weer de kou, want de Knip draagt handschoentjes. Ook heel mooi is die van Bart Vriends, juichend na zijn goal in de Europa Cup, links geflankeerd door Sander Duits, rechts door Teije ten Den. Verstilde momenten die een bak aan emoties terug brengen. Van de portretten zijn Beukema, Veldmate, De Kogel en Van Kippersluis echt geweldig. Stoerder krijg je ze niet.

Het mooie is dat je meteen gaat dromen: wat waren nou momenten die je vereeuwigd wilt in een Kowet prentje? Als jochie dat altijd net naast de B-Side stond zie ik nog Cees van Kooten komen aanvliegen om de bal in te koppen tegen PSV, een zwevende Jan van Beveren kansloos latend. Mooi prentje. Nog helderder voor de geest: een kopsterke middenvelder die velen al weer vergeten zijn. Eddy Bosman. De man uit Tjalleberd. De man ook die een groot aandeel had in het verlengen van het eredivisieschap in 1983.

Dat waren nog eens tijden mensen. In het seizoen 1982/1983 waren we onze held Cees van Kooten tussentijds kwijtgeraakt aan PEC. Zij stonden stijf onderaan, wij bungelden er net boven. Met Cees erbij steeg PEC al snel, wij dreigden het loodje te leggen, maar alles veranderde in maart. Henk Wullems kwam als trainer, de oudjes Dick Schneider en Jan Jongbloed werden opgetrommeld, een jonge Engelse spits met de schitterende naam Mike Small begon aan de lopende band te soleren en vanuit Heerenveen kwam na jaren van geruchten dan toch eindelijk Eddy Bosman. In die tijd speelde Heerenveen nog Eerste Divisie en dus maakte Bosman flinke promotie, hij had het nog nooit bewezen op het hoogste niveau.

Op 5 maart 1983 stonden we met 6.000 toeschouwers (meer waren er echt niet!) te kijken naar een klein wonder. Go Ahead-NEC. Jongbloed en Schneider wandelden het veld op en leken zo oud dat dit toch echt niet goed kon gaan. Daar speelde iemand de bal naar Knakkie en Henk Grim, de spits van NEC, stormde op hem af. Schneider deed of hij terug ging spelen op Jongbloed die met een merkwaardig ouderwetse broek nerveus stond te dralen in zijn doel. Grim holde al door, maar heel parmantig kapte en draaide Schneider om zijn as, joeg de bal met een meesterlijke pass naar voren en iedereen juichte. Dat was het moment. Zelfvertrouwen in één beweging terug. Een Kowet prentje waardig. Toch was het een andere man die vervolgens het echte verschil maakte. Eddy Bosman. Hij heerste. Tackelde. Schoot. Kopte. Scoorde. En scoorde nog een keer. En leidde zo de Eagles naar een 5-1 zege.

Een klein jaar lang was Eddy Bosman vervolgens onwaarschijnlijk goed. We eindigden het rampseizoen nog gewoon als twaalfde (net boven het PEC van Cees) en het seizoen erna klom de ploeg van Wullems met talenten als Brouwer, Eijkelkamp en Boerebach (de voorhoede van Jong Oranje) naar de subtop van de Eredivisie. De meeste roodgele goals kwamen voor de winterstop op naam van Bosman, die alleen Marco van Basten voor zich wist op de topscorerslijst. Bosman kon een paar maanden lang echt vliegen. Hij hing al hoog in de lucht voordat de voorzet kwam. Zijn kopgoals: majestueus, Van Kooten-plus. Helaas verliet hij ons al snel voor FC Groningen, terug naar het Noorden, waar meer geld was en ze Europees voetbal speelden. Zo goed als bij Go Ahead werd hij nooit meer en zijn carrière doofde al snel uit. Maar als iemand nog een foto kan vinden van een vliegende Bosman, hoog in de lucht voordat ie hem erin kopt: goud voor een Kowet prentje. Alweer één.