Wekelijks delen vier bekende Deventenaren met rood gele roots, hun visie op Go Ahead Eagles en meer. Robert Heukels, Gerard Somer, Erdal Ascipinar en Marco Timmer wisselen elkaar wekelijks af met een eigen column over hun cluppie. Ditmaal is het voor de allereerste keer de beurt aan Marco Timmer.

Een Kowet-fan is er altijd, net als de lichtmasten

Zo, de kop is eraf en één van je slechtste wedstrijden in het seizoen kun je maar beter gehad hebben. Veel was het niet, het uitduel met FC Dordrecht. Maar positief cynisch als we kunnen zijn in Deventer zeggen we: mooi, de nul gehouden en het eerste punt is binnen. Werk is er genoeg. Creativiteit op het middenveld en scorend vermogen baren toch lichte zorgen. Voor het seizoen telt een trainer de doelpunten die hij in zijn selectie heeft en op dit moment lijkt Kees van Wonderen die nog te weinig te hebben. Eén goal in de gehele voorbereiding zegt natuurlijk alles. Gelukkig wordt er ook weinig weggegeven en is de transfermarkt nog een hele maand open.

Terwijl ik dit schrijf, geeft mijn vrouw me de envelop waar de nieuwe seizoenkaart zit. Kijk, en daar word je dan stiekem toch weer blij van. Er zal zich potverdrie dit seizoen een wonder voltrekken in De Adelaarshorst en dat je er dan niet bij bent. Dat nooit. Hoewel? Door corona is alles anders, zelfs De Adelaarshorst. Meer dan half leeg tijdens een wedstrijd zal een verdrietige aanblik geven. Die lekkere intimiderende typisch Eagles sfeer zal er niet zijn. Dat ga ik het meest missen.

In deze column een korte persoonlijke introductie. Tot u spreekt de Kowet-supporter en niet de VI-journalist Marco Timmer. Voor voortdurend nieuws, zakelijke duiding en doorwrochte analyses zijn er voor mij andere platformen dan deze. Hier kan het en zal het soms voetbalinhoudelijk, dan weer nostalgisch, af en toe ongefundeerd en geregeld emotioneel zijn. Dat doet deze club nu eenmaal toch met je. Als het op Go Ahead aankomt, is het al jaren liefde-haat-liefde in een oneindige cirkel. Go Ahead is die verleidelijke schitterende dame die bloedirritant kan zijn, maar waar je toch altijd weer naar terugverlangt.
Toen Roy Beumer me vroeg zijn column over te nemen, zei ik ook iets te snel ja, want ja Go Ahead is nu eenmaal die zwakke plek. Een beetje spijt is er wel, want ik wil gewoon anoniem op de Leo Halle met mijn maatjes uit Terwolde en de jongens uit Twello met wie ik vroeger op Vakkie G stond naar het voetbal kijken, flink meeleven, een biertje drinken om weer van alles van het spel, de trainer en de spelers te vinden. Dat doe ik namelijk al bijna een jaar of dertig.

Toch ging ik na het verzoek van Roy nadenken over die periode, want wat is dat dan dat vreemde gevoel voor die club? Daar zal ik in de komende columns naast het behandelen van de actualiteit, gelardeerd met ervaringen uit 22 jaar voetbaljournalistiek bij eerst Sportweek (Dank Robert Heukels) en alweer bijna twintig jaar Voetbal International, antwoord op geven.

Maar het begon toch allemaal met het licht boven Deventer, mooi te zien vanaf de dijk aan de andere kant van de IJssel waar mijn ouders wonen, als Go Ahead thuis speelde. Het mystieke schijnsel van hoop en verlangen geproduceerd door die bijzondere hoogspanningsmasten. Die vier karakteristieke ijzeren palen, 55 jaar geleden voor duizend gulden gekocht voor de Europacupwedstrijd tegen Celtic, hebben op mij een enorme aantrekkingskracht. Nog altijd. Ze zijn de pronkstukken in het voelbalmuseum dat De Adelaarshorst toch is. Waar je ook bent in Deventer, in mijn optiek zijn ze altijd te zien. Ik zie ze tenminste altijd. Als ik op de A1 rijd zoek ik ze met mijn ogen, als ik ze vind, weet ik dat ik thuis ben. Eenmaal in de buurt maak ik er een foto van. Lichtmastfetisjisme is dat eigenlijk een woord?

Mijn loopje van huis naar het stadion hoort daar ook bij. Brinkgreverweg, Zwarte Hoopstraat (briljante naam als je naar een wedstrijd van Go Ahead gaat), de Bierstraat, even knikken naar het geboortehuis van Dennis Hulshoff in de Van Haexbergenstraat, Veenweg en dan de Vetkampstraat. De aanblik van de Leo Halle met die oude lichtmast ervoor zorgt voor een groot deel van mijn voetbalbeleving. Het liefst miezert het, of nog beter sneeuwt het in het licht. Een mooier, onheilspellend surrealistisch voetbaldecor is er niet.

Het mooiste moment in die dertig jaar? Dat ik zeven jaar geleden voor de allereerste keer met mijn vijfjarige zoontje, zijn handje in de mijne, deze route naar De Adelaarshorst liep om het virus door te geven en hem hetzelfde gevoel te gunnen. Vanaf zijn kamer kan hij drie van de vier lichtmasten al zien en als de wind goed staat, krijgt hij door het raam een voorstelling. Geen beeld, een voetbalhoorspel.

Vreemd genoeg wekken die hoogspanningsmasten ook vertrouwen. Bij mij althans. Goede of slechte seizoenen, mooi of lamlendig spel, succes of teleurstelling – bij Go Ahead geldt in alle gevallen het tweede iets vaker dan het eerste – die lichtmasten, ze zijn er altijd. Na ruim vijf decennia staan ze fier en onaangedaan overeind. Daar wil ik me als Kowet-fan mee identificeren. En ik denk ik niet alleen. Hoe moeizaam het soms ook gaat, we zijn er altijd. Jaar in jaar uit. Ook nu weer. Daar doet corona, een slechte eerste wedstrijd of de inmiddels nu al veel te vaak gehoorde uitspraak dat Go Ahead slechts de achtste begroting heeft niets aan af.

Dat er nog genoeg werk te verrichten is, weten ze op de club ook wel. Het moet even de tijd krijgen. Daarover gesproken, dit was een introductie, de volgende keer wordt het inhoudelijker. Over het project van eigenaar Kroes, de selectie van Bosvelt en het voetbal onder Van Wonderen. Voor nu is het vooral hup Alex, hup Paul en hup Kees…