Kennen jullie het sprookje van IJsselstreek dat de periode in eigen hand had? Dat begon als Disney en eindigde ergens als Boer Zoekt Vrouw zonder matches.
We hoefden maar twee inhaalwedstrijden te winnen en stonden twee punten los. Maar als je de eerste inhaalwedstrijd tegen concurrent SV Hoonhorst al verliest, dan begint het sprookje daar eigenlijk al te eindigen. En na vandaag kun je maar één conclusie trekken: dan verdien je die periode gewoon niet.
Want vandaag zat er geen greintje gif in. Geen strijd. Geen vuur. Veel te weinig urgentie voor een ploeg waar nog iets op het spel staat.
En dan verlies je opnieuw van Hoonhorst… met alle respect, maar dat mag simpelweg niet gebeuren.
Die hadden één wissel. Één. En die zat er na rust al in. Zo’n ploeg moet je kapot spelen, opjagen, slopen. Maar IJsselstreek liet zich gewoon aftroeven.
Voetballend stelde Hoonhorst weinig voor, maar in andere dingen waren ze wél slim. Kaarten aannaaien, uitdagen, theater maken, overal aan trekken, daar waren ze meester in. En eerlijk: daar kan ik slecht tegen. Maar ze kregen IJsselstreek er wel mee uit het spel. Dat moet je ze nageven.
Verder was het hun bekende recept: de bal zo ver mogelijk wegrossen, hopen dat hij goed valt en leven van fouten van de tegenstander. En ja, daar scoorden ze mee ook nog.
En alsof het nog niet frustrerend genoeg was, werd een zuivere treffer van IJsselstreek ook nog afgekeurd. Een moment dat de wedstrijd zomaar had kunnen kantelen, maar zelfs dat viel de verkeerde kant op.
En wij? We trapten erin.
Als je met deze selectie Hoonhorst niet over de knie krijgt, dan is dat geen ongeluk meer. Dat is een schande.
En dan hoor je mensen zeggen: “Je mag theoretisch één van de vier wedstrijden verliezen, je hebt het nog in eigen hand.”
Nee.
We hebben helemaal niks meer in eigen hand.
Dat had je misschien vóór die eerste misstap kunnen zeggen. Nu loop je achter de feiten aan. Dit is geen situatie meer waarin je rustig kunt rekenen, dit is gewoon zelf de regie weggeven.
Het veld was slecht, ja. Maar nog altijd beter dan ons eigen knollenveld. Daar zou ik mijn koeien nog niet op laten lopen.
En dan hoor je nog mensen roepen: “Het kan nog.”
Nee.
Laat maar zitten.
Ik hoef die periode zo niet eens meer. Je moet zoiets verdienen. En op basis van wat vandaag is laten zien, is daar gewoon geen recht op.
Dat mag hard klinken, maar soms moet het gezegd worden.
Geen gif. Geen overtuiging. Geen recht op een prijs.
Nog drie wedstrijden en dan zit dit seizoen er eindelijk op. Eerlijk? Ik ben er wel klaar mee. Dit jaar hoop ik nergens meer op. Geen sprookje, geen wonder.
Het is klaar.
Niet omdat het niet kon.
Maar omdat we het zelf hebben weggegeven.













