Vier columnisten, vier verschillende invalshoeken, maar één gezamenlijke liefde voor Go Ahead Eagles. Jan-Willem Klink, Martijn Jongbloed, Zemir Mujic en Bart de Haan laten dit seizoen ieder op hun eigen manier hun licht schijnen op Kowet. Deze week Martijn zijn eerste column van het nieuwe seizoen!
Je ziet ze aankomen. Nieuwe tas op de rug, schone schoenen aan, soms iets te vroeg. Een vader of moeder loopt nog even mee en pakt op het laatste moment de telefoon. Snel een foto. Alsof ze ergens wel weten: dit moment komt maar één keer.
Voor onze nieuwe O13 en MO16 begint hier iets bijzonders. Bijna alle spelers en speelsters hebben vorig seizoen een selectieproces doorlopen. Ze zijn bekeken, uitgenodigd, hebben samen getraind en wedstrijden gespeeld. Sommigen zaten al in onze academie. Voor anderen was juist dat selectieproces de eerste echte kennismaking met Go Ahead Eagles.
En daardoor begint een nieuwe groep eigenlijk al vóór de eerste officiële training.
Tijdens die selectiemomenten wordt voorzichtig gekeken. Naar de trainer. Naar elkaar. Wie speelt waar? Wie vraagt veel om de bal? Wie maakt makkelijk contact? Wie maakt na tien minuten al een grap alsof hij hier al drie jaar rondloopt?
Daar ontstaan de eerste verbindingen.
In de weken daarna wordt er geappt. Soms spreken spelers in de vakantie al met elkaar af. Namen worden gezichten. Gezichten worden ploeggenoten. En als ze in augustus voor het eerst als officiële O13 of MO16 de kleedkamer binnenstappen, is het dus niet helemaal meer nieuw.
Maar het voelt wel zo.
De kleding ligt klaar. Iedereen krijgt zijn plek. Er worden handen gegeven aan stafleden.
“Goedemiddag.”
Nog een hand.
“Goedemiddag.”
Soms zie je aan de blik dat ze werkelijk geen idee hebben wie ze zojuist begroet hebben. Maar: die persoon loopt hier rond, dus dan geef je gewoon een hand.
Ook dat is cultuur.
Niet iets wat we op 1 augustus aanzetten.
Het begint al tijdens de selectie. In hoe spelers met elkaar omgaan. Hoe iemand een ander helpt. Hoe een trainer reageert op een fout. Hoe een jongen of meisje dat al langer binnen is een nieuwkomer meeneemt.
Langzaam ontstaat er een groep.
Op het veld zie je dat misschien nog het mooist. Er wordt gelachen. Uitgedaagd. Een panna krijgt net iets te veel aandacht. Een trainer probeert iets uit te leggen terwijl verderop iemand toch nog even de lat probeert te raken. Plezier. Spelvreugde. Passie. Talent.
En fouten.
Gelukkig maar.
Een verkeerde aanname. Een keuze die niet goed uitpakt. Iemand die ineens ontdekt dat hij hier tussen allemaal spelers staat die bij hun vorige club ook vaak de beste waren.
Het selectieproces is dan wel voorbij, maar de echte opleiding begint pas.
Die eerste periode noemen we weleens de wittebroodsweken. De zon schijnt. Iedereen wil trainen. Iedereen is op tijd. Ouders staan trots langs de kant en de trainingsbroek ligt thuis waarschijnlijk nog keurig opgevouwen.
Wacht maar tot november.
Dan liggen de bladeren op het veld. Is het donker voordat de training begint. Zit er modder op die nieuwe broek en klinkt vijf minuten voor vertrek ineens:
“Waar zijn mijn voetbalschoenen?!”
Maar dan gebeurt er ook iets anders.
Iemand staat een keer wissel. Een wedstrijd wordt verloren. Een trainer stelt een grens. Twee spelers botsen. Iemand zit niet lekker in zijn vel.
En juist dan zie je of die eerste handdrukken iets hebben opgeleverd.
Wie trekt een ander mee? Wie blijft plezier maken? Wie spreekt iemand aan? Wie vraagt na drie mislukte acties toch weer om de bal?
Daar ontstaat de cultuur die we binnen onze academie zo belangrijk vinden.
Niet in een PowerPoint.
Maar tussen kinderen.
In een kleedkamer. Op een trainingsveld. Tijdens een selectie in het voorjaar. En later, op een donkere dinsdagavond in november.
Over een paar jaar kijken we misschien terug naar die eerste groepsfoto van O13 en MO16. Dan weten we wie er is doorgebroken bij H1 of Vr1 en wie een andere route heeft gekozen.
Maar eigenlijk is die foto niet eens het echte begin.
Dat begon maanden eerder.
Op het moment dat een paar kinderen tijdens een selectietraining voor het eerst naar elkaar keken, een bal naar elkaar speelden en zonder het zelf te beseffen alvast begonnen met iets wat wij niet voor ze kunnen organiseren:
een team worden.




















