Vier columnisten, vier verschillende invalshoeken, maar één gezamenlijke liefde voor Go Ahead Eagles. Jan-Willem Klink, Martijn Jongbloed, Zemir Mujic en Bart de Haan laten dit seizoen ieder op hun eigen manier hun licht schijnen op Kowet. Deze week is Martijn weer aan de beurt! 

Gewoon vijftien

Hij heeft net twee uur getraind als hij met één voet al buiten de kleedkamer staat. Tas over zijn schouder, telefoon in zijn hand.

‘Hoe vond je dat het ging?’

Ik hoor mezelf bijna automatisch antwoorden met een tegenvraag. Hoe vond je het zelf? Wat ging goed? Waar wil je donderdag aan werken?

Heel pedagogisch. Heel verantwoord.

En waarschijnlijk precies het soort antwoord waar een vijftienjarige op dat moment totaal niet op zit te wachten.

Misschien wil hij gewoon weten of hij een lekkere training heeft gehad.

Binnen een voetbalacademie zijn we namelijk uitzonderlijk goed geworden in betekenis geven aan bijna alles. Een training is een ontwikkelmoment. Een wedstrijd levert beelden op. Een sprint levert data op. Een fout wordt feedback. Een wisselbeurt wordt een gesprek. Zelfs plezier kunnen we tegenwoordig uitstekend onderbouwen: goed voor motivatie, leervermogen en prestaties.

Voor je het weet heeft zelfs een panna een KPI.

Begrijp me goed: dat hoort bij opleiden. Wie bij Go Ahead Eagles binnenloopt, kiest voor een omgeving waarin we veel vragen. Van spelers en van onszelf. We willen weten wat iemand nodig heeft om beter te worden. Technisch, tactisch, fysiek en mentaal. We kijken vooruit: O13, O14, O15, MO16, O17, MO17, O19, O21, eerste elftal.

Altijd die volgende stap.

En toch loopt ergens tussen al die pijltjes gewoon een jongen of meisje met een kapotte fietslamp, een onvoldoende voor wiskunde en ruzie thuis omdat iemand zijn oplader heeft gepakt.

Alleen is het steeds lastiger om alleen dat te zijn.

Want ook buiten het trainingsveld reist het voetbal mee. Op school. In de kantine. Op een verjaardag. Je bent niet meer alleen Max of Kim. Je speelt bij een profclub. Dat geeft status. Mensen kijken anders naar je, stellen vragen, vinden er iets van. Alsof talent niet alleen iets zegt over wat je kunt, maar soms stiekem ook over hoeveel je waard bent.

Terwijl je thuis nog steeds gewoon die vaatwasser moet uitruimen.

‘Maar mam, ik ben een talent.’

Succes ermee.

Misschien zit daar voor ons wel een opdracht die lastiger is dan nog beter meten of nog slimmer trainen: ruimte creëren waarin even niets hoeft te worden bewezen.

Ik merk hoe makkelijk ook ik in die andere stand schiet. Laptop open. Spelerslijst erbij. Wie ontwikkelt zich? Wie stagneert? Wie heeft extra aandacht nodig? Wie kan doorschuiven?

Allemaal relevante vragen.

Maar achter iedere naam op die lijst zit iemand die niet iedere dag beter hoeft te worden om die dag waardevol te laten zijn.

Daarom vind ik sommige momenten binnen onze academie juist zo mooi. Op een straatvoetbalveld verandert er iets. Geen perfecte grasmat. Geen vaste patronen. De bal stuitert verkeerd, een hek staat net te dichtbij en iemand probeert een panna die vanuit voetbalinhoud waarschijnlijk volstrekt onverantwoord is.

Gelukkig maar.

Natuurlijk zit ook achter onze straattrainingen een gedachte. We willen spelers uitdagen op andere ondergronden, in andere situaties, met andere oplossingen. Maar misschien moeten we oppassen dat we zelfs dát niet helemaal ‘dichtorganiseren’.

Een panna mag soms ook gewoon een panna zijn.

Omdat hij mooi is. Omdat de rest lacht. Omdat je vijftien bent.

‘Waar talenten vleugels krijgen’ staat centraal binnen onze voetbalacademie. Vaak denken we bij die vleugels aan hoger, verder en beter. Aan doorstromen en presteren.

Maar vleugels hebben ook ruimte nodig.

Misschien betekent een veilige opleidingsomgeving daarom niet alleen dat een speler fouten durft te maken. Misschien betekent het ook dat hij weet dat niet iedere fout geanalyseerd wordt. Dat niet ieder gesprek ergens toe hoeft te leiden. Dat hij niet elke dag hoeft te bewijzen
waarom hij hier rondloopt.

Na die training loopt de speler richting de deur. Ik kan hem nog net tegenhouden voor een laatste stukje feedback.

Of ik kan zeggen:

‘Lekker getraind. Tot donderdag.’

Hij kijkt op, knikt en loopt naar buiten.

En misschien is de belangrijkste vraag niet wat hij donderdag beter moet kunnen.

Misschien is de vraag hoeveel ruimte wij hem tot die tijd durven geven om gewoon vijftien te zijn.

Vorig artikelTrainer van het Jaar 2025/2026: Kick Maatman
Martijn Jongbloed
Martijn Jongbloed, 35 jaar, wonend in Apeldoorn. Na 17 jaar voetbaltrainer te zijn geweest ben ik vanaf dit seizoen hoofd jeugdopleiding bij Go Ahead Eagles. Een prachtige baan binnen een geweldige professionele organisatie. Hoofdtrainer geweest in het amateurvoetbal, jeugdtrainer geweest bij verschillende leeftijden.