Vier columnisten, vier verschillende invalshoeken, maar één gezamenlijke liefde voor Go Ahead Eagles. Jan-Willem Klink, Martijn Jongbloed, Zemir Mujic en Bart de Haan laten dit seizoen ieder op hun eigen manier hun licht schijnen op Kowet. 

De stilte 

‘Het was af en toe best wel stil hè?’ We laveren tussen de hondendrollen door in het steegje tussen de Vetkampstraat en de Henri Dunantlaan. Achter ons loopt de Adelaarshorst leeg. De fatbikes vliegen alle kanten op. De man beleefde zijn vuurdoop. De sfeer viel hem zo te horen een beetje tegen. 

Dat gebeurt wel vaker. Vooral als die teleurstelling van een kind komt, wil mijn hart nog wel eens breken. Geduldig leg ik dan uit dat buitenstaanders nogal eens met verkeerde verwachtingen de Adelaarshorst betreden. Zij denken dat ons publiek negentig minuten lang tekeergaat. 

Voetbalverslaggevers dragen gretig bij aan de mythevorming. ‘De Adelaarshorst, waar het altijd kolkt’, zeggen ze dan. Als ik Studio Sport kijk, heb ik altijd het gevoel dat de microfoons voor de B-side en Vak 19 een paar dolby’s sensitiever afgesteld staan dan in andere stadions. Mediamakers zoeken verhalen en het tribunegeluid draagt ons verhaal. Van fanatiek volk dat met schorre keel als één man achter rood en geel staat. Dat verhaal is slechts ten dele waar. 

Eerst maar eens de stilte van de komende drie weken doorkomen. In een interlandbreak die zo lang duurt dat ik op zoek moet naar een hobby. De allerliefste maakt zich zorgen. ‘We gaan toch niet wandelen in de regen hè?’ 

Teleurgestelde vlogger
Voorafgaand aan de oranje ongein ging het ook over de stilte in de Adelaarshorst. Op internetfora namen supporters elkaar luidruchtig de maat over het gebrek aan luidruchtigheid. Mooie discussies vind ik dat. ‘Het publiek is verwend’, zo klinkt het verwijt waar een kern van waarheid in schuilt. Vorig seizoen zette een vlogger zijn bezoek aan de Adelaarshorst in de top vijf van tegenvallende ervaringen.

De andere vier teleurstellingen waren Ajax, Aris Thessaloniki, Manchester United en Borussia Dortmund. ‘At times it was too silent’, zei de teleurgestelde groundhopper over de Adelaarshorst na een overwinning van 2-1 op Feyenoord. Dean James scoorde die avond een fabelachtige goal, na een fijne rush en een felle kapbeweging achter het standbeen langs. De kritische vlogger, die we een zwempartij in de IJssel gunnen, had wél gelijk. Voor een overwinning op Feyenoord was het vrij tam. Het was zeventien dagen na de winst op Aston Villa. 

Ook deze vlogger kwam, net als de man in het drollensteegje, met verkeerde verwachtingen naar Deventer. Hij had gedroomd over negentig minuten schuim op de bek, over uitzinnige taferelen en misschien wel over paalman Daniel. Maar wij springen en zingen dus niet de hele tijd. 

Opbouw
Persoonlijk vind ik daar niks mis mee. Op Sallandse dorpsfeesten is het tegenwoordig de norm dat het al om half negen dik feest moet zijn. De hele tent staat in elkaars oor te bulderen. Terwijl hij vertelt over zijn vakantie schreeuwt mijn buurman de longen uit zijn lijf om over Baila Baila heen te komen. Ik pleit voor pieken en dalen in de decibellen, ook in de Adelaarshorst. 

Tuurlijk, bij de opkomst van de spelers moet het losgaan. Maar na de inbrulfase mag het best even inkakken. De hele tijd zingen en springen, ongeacht wat er op het veld gebeurt, krijgt al snel iets monotoons. Op de Kurven in den Pruus en bij de ultra’s in Italië doen ze dat. In Doetinchem hadden ze er een tijdlang ook een handje van. Niks voor ons. Wij zijn beter in een ander geluid. 

“The roar”
Het mooiste vind ik wat ze in het Engels een roar noemen. Dierlijk gebrul, zonder woorden, louter emotie. Heueeuj, oeh, aah, jeuj. Snoeihard en allemaal tegelijk. Dát kunnen we als geen ander. Onze timing is van een hoog niveau. Opportunistisch, maar wat geeft dat? Er gebeurt iets, we gaan brullen en Kowet wint de wedstrijd. 

De beste rode lap is woede over een groot onrecht dat ons wordt aangedaan. Denk daarbij aan een inworp voor de tegenpartij. Of aan een tegenstander die juicht na een doelpunt.

Voor ons in vak 8 is de IJsseltribune een belangrijke graadmeter. Daar hebben we goed zicht op. Struikelen daar drie opgewonden standjes schuimbekkend naar beneden om de grensrechter de suggestie aan te reiken om een besluit te heroverwegen, dan is er niks aan de hand. Dat is in Deventer de default-reactie op elke correcte beslissing. Staat het halve vak foeterend aan de boarding? Dan is dat het beginsignaal voor “the roar”. 

De middenvelder van Volendam die de ingooi niet aan ons wil geven. De ideale schoonzoon van De Graafschap die een blunder begaat tegen Randy Wolters. Noa Lang die gaat provoceren. Gedoetjes met Joey van den Berg of Dominggus Lim-Duan. Dan gaat de Adelaarshorst los. En niet te zuinig ook. Het zijn heerlijke omslagpunten die we inmiddels herkennen.

Nadat Daley Blind arrogant deed en lik op stuk kreeg van Ties, een assertieve ballenjongen, ging het dak eraf. We moesten nog minstens een uur heuj brullen, maar kameraad en orakel Koekie wist het toen al zeker. ‘Let maar op, deze gaan we winnen!’ Hij kreeg, zoals zo vaak, gelijk. 

Omarm de stilte
De vorige keer schreef ik dat je niet bang moet zijn voor een fakkel. Of voor een biertje dat door de lucht vliegt. Maar we moeten ook niet bang zijn voor de stilte. Als het eerst tam is, dan komt daarna zo’n collectieve geluidsexplosie veel harder binnen. 

Op instagram hoorde ik een holistisch influence-meisje zeggen ‘dat in stilte de toegang tot het hart ontstaat’. Deze wijsheid gooide ik in de groep bij wat jongens op de B-side. Zij verkeerden in een kwetsbare bui, want we stonden achter. Zachtjes sprekend gaven zij mij terug dat dit waardevolle inzicht hun leven wel eens zou kunnen verrijken. ‘Stilte… het mag er zijn’, fluisterde er één. 

Maar toen haalde hun manke linksback het in zijn bolle hoofd om de bal af te pakken van onze blonde engel Tengstedt, weigerde die blinde scheids voor dit wangedrag te fluiten, raakte Edvardsen in de tegenaanval de lat, ging Baeten de tribunes opzwepen en brulden we weer twintig minuten lang. Heueuuj.

Vorig artikelSportkampen.com – Deventer Voetbal topscorer – week 38
Bart de Haan
Bart de Haan (1971) is geboren in Raalte, groeide op in Broekland en na de nodige omzwervingen woont hij tegenwoordig al ruim twintig jaar met zijn gezin in Luttenberg. Een Sallander dus die verhalen schrijft en magazines maakt. Ook kun je hem bellen voor korte films, publieke interviews, eindredacties en communicatie-advies. De Sallander volgt Kowet met zijn vrienden vanuit vak 8. Betrokken, fanatiek, maar Bart kan ook de schoonheid van falen en de charme van kneuterigheid waarderen. ‘Zonder dalen zijn de pieken minder mooi.’ In tv-kwis Met Het Mes Op Tafel verklaarde de Sallander meermaals zijn liefde aan het rood en geel. Als Bart het antwoord niet wist, schreef hij ‘Kowet’ of ‘0570’ op in het schermpje.