Vier columnisten, vier verschillende invalshoeken, maar één gezamenlijke liefde voor Go Ahead Eagles. Jan-Willem Klink, Martijn Jongbloed, Zemir Mujić en Bart de Haan laten dit seizoen ieder op hun eigen manier hun licht schijnen op Kowet. Laatstgenoemde is deze week aan de beurt…

Fickschnitzel

De angst regeerde weer eens volop rond de IJsselderby. Jannie mocht haar vlag niet meenemen. Een spelersescorte door pupillen werd te gevaarlijk bevonden. Niemand mocht biertjes drinken. Alles om de geest maar uit de fles te halen. De club die nimmer desespereert ontsloeg zelfs, voor alle zekerheid, de trainer vlak voor de derby. Want je zou eens toestanden krijgen.

Ook onze eigen club deed mee in de angsthazerij. In de aankondiging van de uitzwaaitraining stond: ‘Vuurwerk is streng verboden. Er is volop vermaak met een loempiakraam en springkussens.’ Dat klonk nogal als AZ. Of nog erger, als dertig kilometer stroomafwaarts.

Het was de angsthazen gelukt om de laatste sjeu uit de derby te zuigen. Ooit was de IJsselderby een heet potje, een vleugje Zuid-Amerika in Overijssel. Helaas hebben de driehoeken en vierkanten een hekel aan hete potjes. De derby is verworden tot zo’n speeltuin met rubberen tegels, een fleurige glijbaan met ronde hoeken en een wipkip ernaast. Het oogt leuk, maar je ziet daar nooit kinderen spelen.

Zelf bekijk ik de derby in het Sallandse hartland. In de kroeg in Broekland, waar roodgelen en blauwwitten naast elkaar wonen. Gewoon, zonder veiligheidsmaatregelen. De kroegbaas was mee naar Bergen, Athene, Salzburg en Nice. Maar over een paar weken, op de elfde van de elfde, verandert het café weer in de Donderburcht en wordt hier alles blauw en wit. De plaatselijke carnavalsvereniging gaat gekleed in die kleuren. De Dondermadeurs heten ze. Na de optocht sprak ik eens een roodgele Dondermadeur aan op de clubkleuren. ‘Man, vergeet dat pak’, kreeg ik terug. ‘Kijk me aan. Mijn ogen zijn rood en mijn tong is geel!’ Een andere roodgele Dondermadeur prikte ooit eens alle blauwe ballonnetjes stuk. Hij kreeg een veeg uit de pan van de barvrouw.

Met kameraad Pascal, die juicht voor blauw en wit, heb ik een chronische weddenschap lopen. Bij een overwinning van de één trakteert de ander op schnitzels in ons thuisdorp. Ik stond tot zondag een schnitzel in de plus. Pascal, die een blauwvinger is geworden, zit vandaag in het stadion.

Vanwege mijn afkomst ben ik niet zo stellig in mijn afkeer. Tuurlijk, ik vind het pennenlikkers op Birkenstocks, behept met een overdaad aan goed fatsoen. De tribunes van het wokrestaurant worden bevolkt door een vreemde mengelmoes. Rodebroekentypes met te hoge ambities en hooligans die in de coronatijd zijn losgeslagen. Beide groepen verdragen elkaar slecht en dat levert grappige situaties op. Maar laat ik me inhouden: deze week past ons bescheidenheid. Ik ga dus naar de Gamma en de Albert Heijn. Onze nicht Marjo is getrouwd met Ron Jans. En eerlijk gezegd heb ik in Sassendonk meer clientèle dan in Deventer. Ik noem de provinciehoofdstad ook gewoon bij de naam en niet bij het netnummer.

Ondertussen druppelen in de kroeg in Broekland de roodgelen binnen voor de derby. Supporterskameraad Ronnie heeft wegens een gebrek aan oppas zijn witte herder Boef meegebracht. De lieve loebas slobbert een bak water leeg en nestelt zich tevreden onder de tv-schermen. De Kromme, een Broeklander die eveneens juicht voor rood en geel, complimenteert droogjes de caféhouder. ‘Nou, je kunt niet zeggen dat er geen hond in de kroeg zit.’

Dan zwaait de deur open en komt er een luidruchtige PEC-supporter binnen. Naar eigen zeggen draagt hij zijn blauwwitte wedstrijdshirt om te provoceren. Op de vraag om één speler uit de selectie van PEC te noemen, heeft de jongen geen antwoord. ‘Dat boeit me allemaal niet. Ik kom hier alleen maar om jullie een beetje op te naaien.’

In de eerste helft houdt hij zijn commentaar bij de politiek. Luidkeels verwoordt de jongen zijn hekel aan Greta Thunberg, die hij de kogel gunt. Ook hoopt hij dat alle AZC’s in de brand worden gestoken. Na de rust gaat de gast in het Zonneplan-shirt los op het voetbal. De blauwwitten spelen ons inmiddels finaal van de mat. ‘Mooi hè? Kijk dan! Heerlijk dit toch? Tussen al die egeltjes’, treitert de PEC-supporter. De kroegbaas pakt het op met een kwinkslag. Als de PEC-jongen een frikandel bestelt, krijgt hij zijn snack in een tasje. ‘Het was om mee te nemen toch?’

In Broekland is er geen springkussen en volop bier. We zijn niet gefouilleerd, hoefden geen paspoort mee te nemen en er hangen geen netten tussen de vakken. Het loopt allemaal vredig af. De Broeklanders om me heen bezweren dat de jennende jongen ook goede kanten heeft. Ik antwoord nukkig dat ik die maar moeilijk kan ontdekken. ‘Wat een figuur was dat’, zegt de zoon als we chagrijnig terug naar huis fietsen. ‘Een fickschnitzel’, oordeel ik. ‘Gelukkig droeg hij een shirt van hen.’

De kwalificatie brengt de chronische weddenschap in mijn herinnering. Bij het stoplicht van Raalte stuur ik een appje naar mijn blauwwitte vriend Pascal, die in het Mac3Park-stadion zit. ‘Van harte. Terechte overwinning. De IJssel is even van jullie, tot de volgende.’ Omdat ik nog een schnitzel in de plus stond, suggereer ik dat we dan maar twee schnitzels moeten opeten. Ik krijg een duimpje omhoog terug. En wat bescheiden trots. ‘Poh, deze zag ik even niet aankomen.’

Nagenoeg zwijgend fietsen de zoon en ik daarna door. De herfst begint nu pas echt. Er glijden donkere wolken over de Sallandse stoppelvelden. ‘Die wedstrijd tegen Telstar wordt belangrijk’, zeggen we tegen elkaar. En wat we tussen de regels door wel weten, blijft onbesproken. We zijn op onze plaats gezet.

Bart de Haan

Vorig artikelDe rood-gele column van Martijn Jongbloed – week 42
Bart de Haan
Bart de Haan (1971) is geboren in Raalte, groeide op in Broekland en na de nodige omzwervingen woont hij tegenwoordig al ruim twintig jaar met zijn gezin in Luttenberg. Een Sallander dus die verhalen schrijft en magazines maakt. Ook kun je hem bellen voor korte films, publieke interviews, eindredacties en communicatie-advies. De Sallander volgt Kowet met zijn vrienden vanuit vak 8. Betrokken, fanatiek, maar Bart kan ook de schoonheid van falen en de charme van kneuterigheid waarderen. ‘Zonder dalen zijn de pieken minder mooi.’ In tv-kwis Met Het Mes Op Tafel verklaarde de Sallander meermaals zijn liefde aan het rood en geel. Als Bart het antwoord niet wist, schreef hij ‘Kowet’ of ‘0570’ op in het schermpje.