Wekelijks delen vier bekende Deventenaren met rood gele roots, hun visie op Go Ahead Eagles en meer. Robert Heukels, Gerard Somer, Erdal Ascipinar en Roy Beumer wisselen elkaar wekelijks af met een eigen column over hun cluppie. Ditmaal is het de beurt aan Robert Heukels.

De grote les van nostalgisch terugblikken

Nostalgie is een fijn fenomeen in tijden van corona. Ik keek daarom reikhalzend uit naar afgelopen zondagmiddag. Eerst Go Ahead Eagles-PEC Zwolle en dan Nederland-Spanje, twee wedstrijden die ik met kloppend hart en in grote euforie had gekeken, toen het nog live was. Helaas, beide wedstrijden vielen zoveel jaren na dato tegen. Anderhalf uur turen naar wedstrijden waarvan je de uitslag al weet, bleek een beste opgave en de kwaliteit viel zonder de onzekerheid van ‘wat zal het worden’ ook niet mee. Bij beide wedstrijden vielen me wel twee dingen op: altijd weer is het de opwindende individuele klasse die alles beslist, maar veel belangrijker: het beste team wint. Zowel Go Ahead als Oranje waren veel meer een eenheid dan PEC en Spanje. Vanuit die eenheid schenen de sterren van Erik Falkenburg, Robin van Persie en Arjen Robben.

Wat me vooral verbaasde –en wat je blijkbaar minder scherp ziet bij het live meeleven- was hoeveel er in beide wedstrijden fout ging. Tijdens Go Ahead – PEC zaten we destijds in een schuddende Adelaarshorst, zong het publiek harder en hartstochtelijker dan ooit en daardoor leken alle daden van de spelers iets van heroïek in zich te dragen. Wat een sliding van Vriends, wat een run van Antonia, wat een goal van Falkenburg. Dat is natuurlijk meteen de romantiek en het mooie van voetbal. Je vergeet alles om je heen en reist gelukzalig naar huis, in de veronderstelling iets unieks te hebben beleefd. Daarom is het een misvatting dat we jaren nadien verwend moeten worden met dit soort historische wedstrijden, het doet alleen maar afbreuk aan de zoete herinnering. Veel mooier was de documentaire van het EK 1988, daar werd een tijdsbeeld neergezet, zagen we voornamelijk hoogtepunten en werd er ingezoomd op kwaliteit, die vooral in de halve finale tegen West-Duitsland volop aanwezig was. Maar ook die wedstrijd werd niet integraal uitgezonden. Het ging om het proces en de duiding.

Go Ahead – PEC had ik graag nog een keer in tien minuten hoogtepunten teruggekeken en dan met de duiding van de betrokkenen. Wat gebeurde daar nou, hoe kon het dat de rijkere aartsrivaal zo over de knie werd gelegd en met een heldere 4-1 nederlaag weg werd gejaagd? Mooi verhaal was het indertijd, over de overrompelingstactiek, nadien geclaimd door velen. Maar dat was natuurlijk niet de enige sleutel. De rol van het publiek was groter dan ooit, zelden was het zo tekeer gegaan, had het zo als één man achter haar ploeg gestaan. En die ploeg, dat was echt een team. Individueel hadden die van PEC meer ervaring op het hoogste niveau en meer potentie. Maar die van Go Ahead liepen alle loopjes die ze moesten lopen, voor elkaar. Bij ieder balverlies zag je een omschakeling die overgave verried, de discipline in het team-denken was ontroerend, ook de artiesten gaven volop druk op de bal, verdedigden mee, hielpen de backs die op hun beurt steeds op het juiste moment knepen om het centrale duo te ondersteunen. En die twee gasten, Vriends en Van der Linden, gooiden zich overal voor, wonnen hun duels, straalden uit: niets te halen hier, vandaag. Zelfs na een kolderieke toestand waar Vriends en de uitstekende keeper Eloy Room bij waren betrokken zag je de verbeten high-fives: we blunderen samen én herstellen het samen. 

Dat was de essentie van Go Ahead – PEC. Het beste team won. En dat kwam omdat Erik ten Hag dit team had gekookt en Foeke Booy met al zijn ervaring en fanatisme er een volwassen saus overheen had gegooid. Dat kwam omdat alle Eagles een beetje in dezelfde fase van hun carrière zaten: the only way is up. Ze hadden elkaar nodig in hun zucht naar groei, ze hadden veel lol, er zaten gangmakers bij als Houtkoop en Falkenburg, ijzervreters als Schmidt en Vriends, superprofs als Overgoor en Türüc. Deze jongens hadden alles wat hun tekort aan kwaliteit compenseerde: intrinsieke motivatie, de bereidheid het te doen voor hun publiek, hun coach, bovenal hun medespelers. En dan konden ze soms een berg verzetten. Tegen Feyenoord, tegen PEC, bijna zelfs tegen PSV, tegen Twente, tegen AZ, bij Vitesse en Heerenveen, bij RKC en Roda. Veel minder budget, veel minder ervaring, maar samen zeldzaam sterk.

De kunst van het teambuilden zat ook in het Oranje dat Spanje met 5-1 vermorzelde. De opstellingen van die twee teams naast elkaar zien deed het ergste vermoedden, maar de vedetten Robben en Van Persie prezen met een snik in de stem het collectief dat hen liet uitblinken. Er ging ook in die wedstrijd enorm veel fout, in balbezit was het mager, de creativiteit liet te wensen over, maar allemachtig, wat vochten de minder getalenteerde Nederlanders zich langs de regerende kampioenen.

Daarom is het best goed ons af en toe te wentelen in nostalgie. Maar wel met een doel: om de waan van de dag te parkeren, we hebben er nu noodgedwongen de tijd voor. Wat zijn de lessen die we leerden, waarom waren we zo trots, wat bracht ons de euforie? Dat schreeuwt om een meer documentaire-achtige aanpak, om duiding en besef. De grote les van Go Ahead – PEC, die overweldigende 4-1, zat niet in die negentig minuten voetbal, maar in het karakter van onze ploeg. Hoe krijg je dat karakter terug?

Als ooit de coronacrisis weg ebt, zal het ook voor Go Ahead zwaar worden de financiële wonden te likken en een nieuw team op te bouwen. Maar het is hoopvol en louterend te beseffen dat een echt team zo ver kan komen. Zo’n team dat betekenis kan geven aan kreten als ‘samen sterk’ en ‘we moeten het samen doen’. Voordat je dat kunt, moet je de juiste mensen hebben, in de juiste fase van hun sportleven, mannen met een sterk brein en een ijzeren wil. En ook nog eens mannen die elkaar geweldig aanvullen en elkaars sterke en mindere kanten kennen. Dat zoiets een geweldige uitdaging is, besef je als je het Go Ahead van 2013 zag. Achteraf een uniek stel, zoals het Oranje van 1988 en van 2014 unieke teams bleken. Voor de samenstelling daarvan heb je geweldige en bevlogen leiders nodig. In alle geledingen van de club. Het voetbal ligt stil, maar ik hoop vurig dat het in de hoofden van de roodgele beleidsbepalers stormt. Dit is hun kans. Dit is hun puzzel. En daarbij is het geen kwestie van gokken, het is een kwestie van visie en structuur.